Honingbijen

Er leven ongeveer 10 verschillende soorten honingbijen in Nederland. Honingbijen leven in een bijenvolk.
Met een koningin ♀ , werksters ♀ en darren ♂. Lees hieronder meer over de verschillende bewoners van een bijenvolk.


In de zomer kan een volk wel 30.000 bijen bevatten.
Een imker verzorgt de volken van honingbijen.
Het leven van een honingbij verloopt heel verschillend. De koningin kan wel vier jaar oud worden. Een werkster wordt in de zomer niet ouder dan zes weken, in de winter ongeveer 9 maanden. Een dar leeft in de zomer een paar maanden.
Een honingbij heeft verschillende levensstadia: van ei naar larve tot pop en na het popstadium als honingbij.

Een bijenvolk, foto Marja Grootenboer

de Koningin

Wij noemen haar koningin of moer. De koningin is de enige die eitjes legt tot het voortbestaan van het volk. In het voorjaar begint ze met een klein beetje eitjes. Dit kan in april – mei oplopen tot wel 1000 eitjes per dag. De meeste eitjes zijn werkster eitjes. Vanaf april gaat ze ook darreneitjes leggen in een cel die net iets groter is.
In mei-juni kan ze eitjes leggen voor nieuwe koninginnen. Deze larven krijgen alleen voedsel gemaakt van stuifmeel. Ze worden groter en zullen na het verpoppen als koningin uitkomen.

Raam met werksters en koningin, foto Marja Grootenboer

Een nieuwe koningin wordt bevrucht en kan daarna eitjes gaan leggen, net als haar moeder, die inmiddels het volk heeft verlaten, zie zwermen.

De koningin geeft een bepaalde geur af (feromonen), die herkenbaar is voor haar volk. Wanneer een bij uit een ander volk binnen wil komen wordt de toegang geweigerd door de werksters. Deze bij heeft niet de geur als het volk heeft.

Werksters

Honingbij op hand, foto Marja Grootenboer

Een werkster is een vrouwlijke honingbij. Als larve krijgt ze maar twee dagen voedsel van stuifmeel (koninginnegelei) hierna een combinatie van stuifmeel en nectar. Na haar popfase van ongeveer 16 dagen komt ze uit als een honingbij en mag ze als werkster meteen aan het werk.
Van het schoonmaken van de cellen, tot het maken van honing van de binnengebrachte nectar. De werksters bewaken ook de vliegplank zodat er geen indringers binnenkomen.
Hiernaast kan een werkster zelf bijenwas maken. Door het eten van honing kan ze kleine wasplaatjes uitzweten die ze vervolgens gebruikt om nieuwe raat te bouwen.

Na ongeveer drie weken mag een werkster naar buiten om nectar, stuifmeel en propolis te verzamelen. De nectar verzamelt ze in haar honingmaag. Het stuifmeel en propolis aan haar pootjes.
Via de bijendans op de bijenraat kan ze aan andere bijen doorgeven waar er veel te halen valt.
Een werkster kan maximaal 2 kilometer van en naar de kast vliegen. Maar dit kost veel energie en nectar. Meestal blijft ze dichter in de buurt. Ze gebruikt onder andere staande objecten in het veld (bv bomen) en de zon om de weg naar de kast weer terug te vinden.
Na ongeveer drie weken te hebben gevlogen in de zomer, is ze letterlijk opgewerkt en gaat ze dood.

Honingbij op witte klaver, foto Marja Grootenboer

De werksters die in het najaar uitkomen zorgen voor de laatste nectar en stuifmeel van het seizoen. Dit halen ze onder andere uit de bloemen van de klimop.
Wanneer de temperatuur onder de 12 graden komt blijven de werksters binnen. Ze houden samen met elkaar de temperatuur in de kast op peil.

Als het gaat vriezen dan gaan de werksters dicht bij elkaar op een soort tros zitten. Zo houden ze de koningin en elkaar op de juiste temperatuur van ongeveer 33 graden.

In het vroege voorjaar als de zon weer een beetje schijnt vliegen de eerste werksters weer naar buiten. Het is tijd om stuifmeel te halen uit de sneeuwklokjes en crocussen. Zo kunnen ze de koningin voeden met koninginnegelei van vers stuifmeel. De koningin kan op krachten komen en ze gaat weer beginnen met het leggen van eitjes.

Als hierna de nieuwe generatie werksters uitkomt sterven de oude, inmiddels versleten werksters, na een winter van hard werken.

Darren

Een dar is een mannetjesbij en leeft één seizoen in het bijenvolk. Van april-mei tot ongeveer september. Hij is wat groter en dikker dan een werkster. En heeft geen angel om te steken. Een dar heeft geen echte bijzondere taak in het volk. Hij loopt wat rond en doet zich te goed aan het nectar en stuifmeel.

Een dar tussen de werksters, foto Marja Grootenboer

Maar toch hebben een aantal darren een belangrijke taak, namelijk het bevruchten van een nieuwe koningin. Dit gebeurt in de lucht op grote hoogte. Daar verzamelen darren zich bij elkaar, de darrenkroeg. Als een koningin voorbij komt vliegen zal ze paren met de sterkste dar van dat moment. De gelukkige dar is daarna meteen aan het eind van zijn leven, hij sterft.

Er zijn veel meer darren dan nieuwe koninginnen, dus de meeste darren blijven in het bijenvolk hangen. Totdat het najaar eraan komt. Dan zijn de werksters de darren zat. Ze eten namelijk de wintervoorraad op en er is buiten al niet zo veel meer te halen. De werksters sturen met harde hand de darren uit het volk. Een dar kan niet voor zichzelf zorgen dus een koud nachtje buiten het volk leidt dit tot het einde van zijn leven.

Zwermen

Het zwermen van honingbijen is een natuurlijke vermeerdering van het bijenvolk.
De oude koningin verlaat het bijenvolk met een gedeelte van de bijen. De nieuwe koningin mag de rest van het volk overnemen en voortzetten.
Een bijenzwerm ziet er heel indrukwekkend uit maar is in principe niet gevaarlijk. De werksters hebben namelijk hun maag volgezogen met honing als voedselvoorraad voor de komende dagen.
Een werkster met een volle maag kan de krommende steekbeweging niet maken. Als ze dit wel doet moet ze eerst haar maag legen en dat zal ze alleen in heel uitzonderlijke gevallen doen.
Daarom zie je de meeste imkers die een zwerm gaan scheppen geen beschermende kleding dragen, dat hoeft op dit moment niet.

Zie je een zwerm vliegen of hangen, neem dan contact met ons op.

Een bijenzwerm geschept met een kieps, foto Marja Grootenboer